Half mei 2026 vond in Limerick, Ierland, een centrale bijeenkomst plaats van het Europese SOILCRATES-project. Binnen dit project werken verschillende landen aan vraagstukken rondom bodemgezondheid. Dat gebeurt via zogenoemde Living Labs: leeromgevingen waarin boeren, kennisinstellingen en andere stakeholders samen werken aan praktijkprojecten en kennisuitwisseling.
De deelnemende landen, waaronder Nederland, Ierland, Frankrijk en Spanje, bezoeken elkaars Living Labs om te leren van de inhoudelijke projecten en van de manier waarop deze samenwerkingen zijn georganiseerd. Tijdens het bezoek werden verschillende agrarische bedrijven bezocht. Vanuit Noord-Nederland sloten een aantal boeren aan, waaronder biologisch akkerbouwer Johan Dankert uit Sint Annaparochie (Friesland). We vroegen hem naar zijn ervaringen
Uitdagingen op kleigrond
Ondanks deze maatregelen ziet Johan nog volop uitdagingen. Vooral het toepassen van niet-kerende grondbewerking op zware kleigrond vraagt aandacht. “Niet ploegen kan ervoor zorgen dat de grond in het voorjaar erg hard wordt. Tegelijk zie ik voordelen van gewassen die in de winter blijven staan, omdat ze nutriënten vasthouden.” Hij oriënteert zich daarom op het gebruik van een biofrees. Daarmee wil hij gewasresten beschikbaar maken voor het bodemleven, zonder de grond intensief te bewerken. Zijn verwachting is dat dit kan bijdragen aan meer humusvorming, een betere weerbaarheid van gewassen en mogelijk ook minder onkruiddruk. “Ik probeer regelmatig dingen uit, ook buiten projectverband. Inspiratie haal ik onder andere uit projecten als SOILCRATES en REGE-NL, waar boeren ervaringen met elkaar delen.”
Praktische inspiratie uit Ierland
Voor Johan waren vooral de bedrijfsbezoeken interessant. Daar zag hij hoe boeren werken met bacterie- en schimmelculturen om bodemverbeteraars te verrijken. Een van de voorbeelden was een bedrijf dat rijst in bosrijke gebieden gebruikte om lokale bacteriën en schimmels te verzamelen. Deze werden vervolgens geconserveerd met behulp van suikers. Door de hoge concentratie suiker wordt vocht onttrokken aan de cellen van bacteriën of schimmels. Hierdoor gaan ze in een soort ruststand en kunnen zo niet meer groeien, waardoor het product maanden- of soms jarenlang houdbaar is zonder te bederven. Vervolgens wordt het product ingezet als biostimulant voor compost, mest of zelfs zaaizaad. “Dit zijn relatief betaalbare en praktische oplossingen waarbij je de microbiologie voor je laat werken.” Ook een bedrijf dat op kleine schaal zeewier verzamelde om vrij beschikbare kalk te benutten trok zijn aandacht. “Dat vond ik een interessant voorbeeld. In onze regio, dicht bij de kust, zouden daar mogelijk ook kansen kunnen liggen.”
Waardevolle uitwisseling
Hoewel de Living Lab-projecten nog maar net van start zijn gegaan, vindt Johan het interessant om de ontwikkelingen de komende jaren te volgen. Daarnaast zag hij veel waarde in het versterken van het netwerk tussen boeren, onderzoekers en projectpartners.
Zijn advies aan andere boeren is dan ook duidelijk: “Je moet er even tijd voor nemen, maar ga mee als je de kans krijgt. In het buitenland zie je altijd andere dingen en spreek je mensen die vaak net iets anders tegen dezelfde problematiek aankijken.”
