Vrijdag 3 juli vond op proefbedrijf ’t Kompas in Valthermond een SOILCRATES veldbijeenkomst plaats, georganiseerd door SOILCRATES partner Wageningen University & Research, over strokenteelt en verschillende bedrijfssystemen. Tijdens de bijeenkomst kregen deelnemers inzicht in de grootschalige proef die sinds 2020 op ’t Kompas loopt, met steun van de provincies Drenthe en Groningen.
De middag maakte duidelijk dat strokenteelt in de Veenkoloniën niet los kan worden gezien van de bredere zoektocht naar toekomstbestendige akkerbouwsystemen. Johan Specken ging in op verschillende bodemkundige uitdagingen in het gebied, waaronder het probleem van de zogenoemde versleten dalgronden. Op deze moerige gronden liggen in de toplaag vaak ‘zilverzand’ en inerte koolstof naast elkaar. Dat is een specifiek probleem voor de moergronden in de Veenkoloniën en raakt direct aan vragen over bodemgezondheid, bodemleven en bodemweerbaarheid. Deelnemers gaven aan dit een belangrijk thema te vinden om gezamenlijk verder aan te werken.
Ook kwam de zoektocht naar het zogenoemde ‘vierde gewas’ in de Veenkoloniën nadrukkelijk naar voren. Naast de bestaande bouwplannen is er behoefte aan nieuwe gewassen of teeltsystemen die economisch perspectief bieden én bijdragen aan een gezondere bodem en robuustere bedrijfsvoering. Hiervoor is meerjarig praktijkonderzoek nodig naar de impact van een ruimere rotatie met alternatieve gewassen op de vruchtbaarheid en weerbaarheid van de bodem. Daarnaast moeten er goede studies worden gedaan naar het verdienmodel van eventuele ‘vierde’ gewassen voor de gehele waardeketen, inclusief de niet economische voordelen.
Na de presentaties nam Gerard de deelnemers mee het veld in om de strokenteeltproef te bekijken. Daarbij werd duidelijk dat strokenteelt op deze veenkoloniale gronden niet alle verwachtingen waarmaakt die er aan de voorkant waren, bijvoorbeeld rond het verminderen van ziektedruk. In de praktijk blijken juist randeffecten een belangrijke rol te spelen. Met name de coloradokever vormt een groot knelpunt. De bestrijding daarvan is lastig en gebeurt zonder gewasbeschermingsmiddelen op de biologische percelen, of met zo min mogelijk middelen in de andere systemen. Daarbij wordt onder andere gebruikgemaakt van mechanische bestrijding met de keverklopper.
De proef wordt daarom steeds minder gezien als alleen een strokenteeltproef, en meer als een bredere systeemproef waarin verschillende bedrijfssystemen met elkaar worden vergeleken: biologisch, gangbaar, gangbaar+ en gangbaar met extra organische stof. In dat laatste systeem wordt extra organische stof toegevoegd via vaste mest en stro, met als doel het bodemleven te stimuleren en de bodemweerbaarheid te vergroten.
Een belangrijk inzicht uit de bijeenkomst was dat de veenkoloniale gronden een heel eigen dynamiek hebben. Gerard vatte dat treffend samen: “Waar collega’s op de klei na een zware bui een tijd niet meer het veld op kunnen, drinken wij een extra bakje koffie en kunnen we weer door.” Juist die specifieke eigenschappen maken dat oplossingen niet één-op-één uit andere regio’s kunnen worden overgenomen, maar gebiedsspecifiek moeten worden ontwikkeld en getest.
De bijeenkomst werd afgesloten met een gezamenlijke discussie over actuele uitdagingen en mogelijke oplossingsrichtingen voor toekomstbestendige akkerbouw in de Veenkoloniën. De middag liet zien dat bodemgezondheid, organische stof, biodiversiteit, plaagdruk en bouwplanontwikkeling sterk met elkaar samenhangen. De systeemproef op ’t Kompas biedt daarmee een waardevolle praktijkomgeving om samen met onderzoekers, ondernemers en gebiedspartners verder te werken aan robuuste landbouwsystemen voor de regio.
Auteurs: Emiel Elferink & Roelof Kramer
